Alaska

maart 8, 2010

Midden mei, van 17 mei tot 14 juni om precies te zijn, zitten we, Joris Van Reeth en Sam Van Brempt in Alaska.

De Cassin Ridge op Denali, ©Joe Puryear

Het hoofddoel van deze expeditie? De Cassin Ridge op Mt McKinley/Denali, met zijn 6194m de hoogste berg van Noord Amerika. Denali word ieder jaar door meer dan 700 man beklommen. 95 % percent klimt langs de relatief makkelijke West Buttress of langs de West Rib. Slechts een 20 tal klimmers wagen zich aan zware routes als de Isis Face, Denali Diamond of ons doel, de Cassin Ridge. Het weer in Alaska is vaak onstabiel, de route is enorm lang en Denali’s zuidwand is geen plaats waar je een storm wil uitzitten. Een succesvolle beklimming zal dus voornamelijk van een langere periode goed weer afhangen. Als wij slagen zijn we de eerste Belgen die via deze lijn Denali beklimmen.

De Cassingraat is een markante lijn recht door de enorme zuidwand van Denali. De route is in 1961 geopend door een Italiaans team met o.a. Ricardo Cassin. Vanuit het Basis Kamp (2200m) is het een 2 daagse wandeling naar de rimaye op 3760m. Hier start onze klim van bijna 2500hm naar de Top. Afwisselend couloirs, sneeuwgraten en rotsbanden, maximaal 80 tot 85° ijs en 5c rots. Dit met een rugzak voor meerdere dagen.

Cassinridge in Supertopo

Cassinridge in Supertopo

Naast de Cassingraat zijn er nog vele andere mogelijkheden om te acclimatiseren of voor als het goede weer voor de grote routes uitblijft. Mini Moonflower, Kahiltna Queen’s west face, Mount Frances Southwest Ridge zijn enkele routes die vanuit het basiskamp in een of 2 dagen te klimmen zijn. Voor in geval van extreem lang goed weer en een topconditie is er nog de Infinite Spur op Foraker. Verder is er nog Mount Hunter’s North Buttress, een van wereld’s mooiste alpiene lijnen die ik ken, maar deze is nog veel te hard voor ons.

Hoe zien onze 4 weken eruit? Wel dat weten we zelf nog niet. Er is daar ongelofelijk veel te doen en uiteindelijk is het allemaal afhankelijk van het goede weer. De verschillende mogelijkheden zijn:

Eerst een beetje al klimmend acclimatiseren op kleine toppen en dan via de Valley of Death naar de start van de Cassin, Eenmaal geacclimatiseerd de snelste manier om aan de voet van de wand te geraken. Maar de naam van de vallei zegt al genoeg, hier komen we liever niet….

Gaan we via de West Buttress zo snel mogelijk op hoogte geraken daar enkele rustdagen en dan via de West Rib terug naar beneden tot de start van de Cassin. Dit lijkt ons de manier met de meeste slaagkans maar dat wil wel zeggen dat we de eerste 10 dagen via een platte gletsjer op en neer gaan moeten sloffen. Dit tussen honderden andere klimmers…

Zelfs een overmoedig idee als de aaneenschakeling van de 2 Kahiltna toppen met de Cassin en zo de gehele graat vanaf de gletsjer tot de top volgen krijg ik niet uit mijn hoofd. Fysiek een ongelofelijk zware onderneming. Er is nog maar 1 team dat zich hieraan heeft gewaagd en dat waren geen kleine jongens. Na 2 tot 3 zware klimdagen over de Kahiltna toppen kunnen we dan pas aan het eigenlijke doel beginnen. Maar wat een prestatie moest zo een aaneenschakeling lukken.

De expeditie wordt ondersteund door:

De gehele topo kan je hier bekijken of op supertopo

Naast een fysieke training zijn we enorm hard mentaal met deze expeditie bezig. Welke strategie heeft de grootste slaagkans? Welke slaapzak, geen matje, hoeveel materiaal, eten, 1 touwstreng of toch 2 moesten we moeten terugkeren, het is er permanent licht dus we kunnen evengoed in de nacht klimmen en overdag in de zon met een lichtere slaapzak rusten, vervang ik de achterkant van mijn crampons door een aluminium versie dat bespaart veel gewicht, Nemen we een Bibler of doen we een gok op alleen een bivakzak,…

Speed is safety?

maart 8, 2010

Eén van de beste ijsklimmers ter wereld publiceerde onlangs enkele tips op zijn blog om sneller te klimmen in grote ijsroutes. Vele tips lijken me zeer bruikbaar, enkele minder. Ik was vooral geïntresseerd in wat Will Gadd te vertellen had over touwsystemen. Al lang ben ik nieuwsgierig naar de mogelijkheid om alpine routes met een enkel touw te klimmen (afhankelijk van de aard van de route natuurlijk). Net over dit punt gaat een belangrijk deel van zijn post. Gadd gebruikt regelmatig een touwstreng van 70m 9,2mm koord om ijsroute mee te klimmen. In de rugzak van de naklimmer zit dan een dun statisch touw om mee te rappelen. Nog intressanter is wat je hier kan lezen: een hele uitleg over de verschillen in de eigenschappen van enkel- dubbel en tweelingtouw. Onderaan vind je de 5 conclusies.

Eerst lezen en dan onder de post verder discussieren? Ik ben benieuwd naar de reacties…

Will Gadd aan het werk (c) Gravsports

1. Half ropes likely do not offer significantly lower impact forces than single ropes in high fall-factor falls where one strand is clipped as is common.
2. Rope diameter alone is NOT a good indicator of impact force (some of the “fat” 11mm ropes offer lower impact force than the “skinny” single or half ropes).
3. The “published” impact numbers may not mean much.
4. Terrain is more important for rope selection than impact force. If I’m heading up on a route with sketchy gear I may just use my standard single rope, simpler. A single rope with low-impact force may actually be better. But, for routes where the gear is all over the place then half ropes are likely better for less drag (and possibly less chance of both ropes getting cut…).
5. I’ve got a lot more questions than answers about rope stretch (elongation) with different fall loads–these fall tests are with a very harsh (1.77) fall factor. What happens with low fall-factor loads in terms of elongation and impact force