Guide XL @ Praxmar
maart 10, 2010
Afgelopen weekend er even tussenuit om te gaan genieten van de verse poedersneeuw in de Alpen. Met z’n vieren trokken we erop uit, naar Praxmar in de Oostenrijkse alpen. Vrijdag en zaterdag was het daar stevig aan het sneeuwen. Het is ondertussen al een soort traditie aan het worden dat we met Jo Vanbeckevoort en Peter Wytinck ergens in maart gaan toerskiën. Vorig jaar was dat nog in de Silvretta, waar de volgende MC toerskistage ook doorgaat. Zaterdag zijn we eerst inkopen gaan doen, want ik heb mijn hele toerski-uitrusting in Antarctica achtergelaten en had dus alles nieuw nodig.
Als Heeresbergführer heb ik goede contacten in Duitsland en de in ski-alpinisme gespecialiseerde winkel Condition Steigenberger te Aschau had een mooie aanbieding voor mij. Dankzij mijn toerski avonturen op Antarctica en het beklimmen van “Robl peak”, kon ik een uniek paar toerski’s bekomen van Dynafit. De Guide XL zal de opvolger worden van het huidige Guide model, meer lekker breed en ideaal voor het freetouren. Het is een model dat pas in 2011 op de markt komt voor berggidsen. Een hele eer om als kleine Belg één van de vier bestaande paren te kunnen testen. Nadat iedereen zijn uitrusting gecompleteerd had, reden we door naar het besneeuwde Praxmar. Daar verbleven we in het fantastische Alpengasthof Praxmar.
Daarna volgen drie dagen van uitzonderlijk mooie skitouren met perfecte, weliswaar delicate sneeuwcondities. Een lawinegraad 3 is steeds opletten geblazen, maar mijn zintuigen staan weer op scherp en alles verloopt veilig. Zondag vertrekken we vanuit het gehuchtje Haggen naar de Zwieselbacher Rosskogel 3081m (wat een naam…), al meteen goed voor 1500Hm. Voor mij een skitour voor in de top 5, wondermooi en afwisselend, met een heerlijke afdaling als beloning.
Diezelfde zondag vindt er een bijzondere wedstrijd plaats in Praxmar, de wildsaustaffel. De moeite waard om eens mee te doen met een ploeg van MC volgend jaar? Maandag was het erg koud en we verlieten de parking in Lusens op 1600m bij een kleine -21°C! Langs het mooie Längental omhoog en halverwege een korte pauze bij het Westfalenhaus. Vandaar is het nog een vette 1000Hm verder naar de tweede top van het weekend, alweer een onuitspreekbare, maar mooie top. De Winnebacher Weisskogel is met 3182m goed voor een skitour van 5 uur omhoog en 1600Hm. Het is ijskoud en in de schaduw haast niet uit te houden door een ijzige noordoostenwind. Zweten zit er vandaag niet in! Koude tenen des te meer, ik loop weer eens lichte bevriezingen op aan mijn dikke tenen…
De enige die niet afziet deze dag is An, na een goed winterseizoen in de Alpen is ze beter in vorm dan ik. Peter en Jo zijn ons mee gevolgd tot aan het Winnebacher joch op 2788m en samen dalen we weer af, opnieuw door uitzonderlijk lichte poedersneeuw, dankzij de extreme koude. Aan de auto moet ik mijn tenen ontdooien, oehwaah pijnlijk! Gelukkig wacht ons in Praxmar de dagelijkse sauna, die alle lijden doet vergeten. Ook het avondmaal en de uitgelezen wijn helpt, al is dat vooral goed om in te slapen en minder voor vrieswonden
Deze nacht sneeuwt het nog een beetje bij, yeah!
Dinsdag nog een halve dag freeriden in Kühtai, het hoogst gelegen skigebiet in Tirol, waar je goed kan freeriden. Het verse laagje van de afgelopen nacht is een pluspunt. Alleen gaan we alle vier kapot van de kou op de eerste sleeplift, bij -23°C is er weinig volk op de piste… Een halve dag pure fun later, wacht ons de door files overschaduwde terugreis. Maar wat een shortski!
Sanne
Cape Rocks
februari 25, 2010
Afgelopen zondag met prachtig weer vertrokken met de DC3 en vlot onze aansluiting in Novo gehaald, met de Iljoesjin terug naar Kaapstad. De vlucht met de DC3 was memorabel, de piloten van ALCI waren goedgezind en deden twee rondjes over de basis, alvorens naar Novo te vliegen. Ook onderweg prachtig zicht op de bergen en zelfs de granieten spires van Ulvetanna en Holvetanna gezien. Ene Sam Baugey, die we al op Khan Tengri ontmoet hadden, zat met een hoop haulbags op de Iljoesjin. Benieuwd wat die daar uitgespookt heeft.
Na een rare nachtvlucht met de Iljoesjin, maandagochtend geland in Kaapstad. Van -20°C naar +30°C. En dan een vreemde wereld om terug aan te wennen; files, lawaai, gsm’s, mensen en drukte, betalen voor alles wat je doet, de wc doorspoelen na gebruik… en regen. Het was tot gisteren namelijk niet al te best weer.
Eergisteren een auto gehuurd en naar Kaap de Goede Hoop gereden. Was een winderige maar leuke uitstap, zee en groen. De krachtige wind zorgde voor goed surfweer. Ik geloof dat Yannick daar ook een adept van is. Zelf heb ik mijn jonge jaren nog gewindsurft. Maar sinds ik het klimmen ontdekt heb…
Ja, klimmen is toch meer mijn ding. Gisteren was het dan zover, een onverwachte dag met mooi weer, maakte het mogelijk om de Tafelberg nog eens te beklimmen. Eerst twee uur omhoog stappen, windstil en bloedheet, recht onder de kabelbaan… maar dan gelukkig in een fris windje en deels in de schaduw een prachtige multipitch geklommen, Jacob’s Ladder.
Tafelberg is ongerept klimgebied, in die zin dat er absoluut geen uitrusting aanwezig is, alles is puur natuur op friends en klemblokken. Die heb ik gelukkig mee, alleen voelt het wat raar zonder helm, die heb ik niet mee. Na 5 touwlengtes van uitzonderlijk knappe zandsteen, op de top van de tafel, waar we nog kunnen genieten van een pint en een zonsondergang om u tegen te zeggen, boven de wolken.
Morgen thuis!!! Anneke, ik kijk er naar uit je te zien!
Sanne
Oude beelden en nieuwe dromen
februari 20, 2010
Het is mijn laatste dag op Antarctica. Alle containers zijn verplaatst naar een winterpark op het blauwe ijs in de vlakte. De tenten zijn opgebroken en iedereen leeft nu in het station. Vandaag had het vliegtuig moeten komen, maar het zit vast in slecht weer ergens bij het Duitse station Neumayer. Hier is het al enkele dagen mooi weer, windstil en ijskoud.
Ik wil even terugblikken op een prachtige periode met veel ups en weinig downs, door middel van een klein beeldverslag met foto’s die een andere kijk geven op dit geweldige continent.
Dankzij de vele traverses naar de kust heb ik naast rots sneeuw en ijs, ook veel van de plaatselijke fauna kunnen beleven. De dieren hier leven in ongelooflijk harde en moeilijke omstandigheden. Ik raad iedereen aan om de film “La marche de l’empereur” te (her)bekijken. Vooral de pinguïns, maar ook de landvogels lijden hier een hard bestaan.

Nabij het station zie je alleen maar enkele vogels. Ze broeden hun nest uit op de nabijgelegen Nunataks en bergtoppen. Voor hun voedselvoorziening zijn ze verplicht om 200km naar de kust heen en weer te vliegen. De sterkere exemplaren bouwen hun nest op de toppen het dichtst bij de kust, de zwakkeren moeten verder landinwaarts en dus verder vliegen voor voedsel.
Onderweg worden ze aangevallen en opgegeten door veel grotere roofvogels.
Dankzij mijn job als field guide, kwam ik veel buiten en had de mogelijkheid om veel te klimmen en te skiën. De bergen hier zijn een lust voor het oog en bieden nog dromen voor vele jaren.
Vooral de wat verder gelegen “Ronde Spire” spreekt tot de verbeelding, de gebroeders Favresse en Sean Villanueva zijn alvast hevig geïnteresseerd. Zal hier de komende jaren wat actie plaatsvinden

Ondanks dat niet alles van een leien dakje verloopt, is het een knappe prestatie om hier als klein landje een hoogtechnologische basis te bouwen. Ik had het geluk veel buiten te komen, maar een hoop mensen hier hebben niets anders gezien dan de basis en daar keihard aan gewerkt.
Het is hier soms een surrealistische ervaring met onverwachte gebeurtenissen. Zelfs de storthoop bij Asuka station levert mooie beelden op.
Het is ondertussen zo goed als zeker dat ik hier één van de volgende seizoenen zal terugkeren, met minder werk op en rond het station, maar vooral veel “out in the field”. Eindeloze klim- en skimogelijkheden dus!
Hierbij laat ik jullie groeten, ik ga de komende dagen hopelijk genieten van zon, zee en groen in Kaapstad.
Sanne
Allez, nog eentje dan:
Countdown
februari 17, 2010
Sinds gisteren terug van de laatste trip naar Crown Bay en terug. Met twee Prinoth’s met elk een treintje en twee extra skidoo’s vertrokken we met 6 naar de kust. Die bereikten we vlot na 17 uur rijden, waarna we in bivak gingen. Dankzij de twee 10 feet containers (lees caravan) die we mee hadden, was dit vrij comfortabel. De volgende dag gingen Kazze (onze mechanieker) en ik aan de slag om het konvooi voor de terugreis te laden, we nemen vier afvalcontainers weer mee naar de basis. Even geen vragen bij stellen, we hebben die begin dit seizoen naar hier gebracht en die hadden op het schip geladen moeten worden. Maar wegens geldgebrek konden die niet mee. Nu brengen we ze dus terug om ze volgend seizoen weer naar hier te brengen.
Terwijl Kazze en ik hard aan het werken waren om de containers uit te graven en te laden, was de rest met skidoo’s even de baai in gereden. Daar hadden ze geluk, pinguïns, zeeluipaarden en zelfs een paar walvissen. Toen ze terug kwamen, waren wij amper klaar met het werk. Ongeduldig werd er onmiddellijk vertrokken. Op de terugreis doet A.H. om de drie km een meting en om de 18km een ijsboring. Hij rijdt met René op de skidoo’s, terwijl de rest met de Prinoth’s mee volgt. De gemiddelde snelheid van een zwaar geladen Prinoth is 10km/Hr en we stoppen dus om de 18km. Snel gaat het niet en onderweg krijgen we nog een stevige blizzard te verwerken. ’s Avonds zorgen Kazze en ik voor het eten.
Zo werken we twee dagen verder, langzaam de 200km terug naar de basis afwerkend. Over een afstand van 180km staan er 61 peilstokken met 3km interval. De derde dag maken we een kleine omweg langs Asuka depot, kortweg een stortplaats van 50 jaar Japanse expedities naar Antarctica. Je kunt je daar veel bij voorstellen, maar het is echt een stort van oude tractoren, vrachtwagens, skidoo’s, olievaten, batterijen, smeermiddelen en noem maar op. Smerige Japanners denk je dan, maar vergeet niet dat destijds de hele Boudewijn-basis onder het ijs verdwenen is… Bij Asuka, halen we vier houten sledes onder het ijs vandaan, de kunnen we nog gebruiken.
Geladen met deze grote houten sledes achter onze treintjes, rijden we terug naar de basis. A.H. en René zijn al met de skidoo’s binnen gereden.
Ik heb hier de afgelopen maanden hard meegewerkt aan de realisatie van dit uitdagende project. Ik heb mee gebouwd aan de windturbines, het brandstofdepot en ontelbare andere zaken. Ik heb wetenschappers te velde gegidst en veel voor mezelf kunnen klimmen en skiën. Ik heb ongelooflijke dingen geleerd en meegemaakt, die een ander nooit in zijn leven zal kunnen meemaken. En het is zo goed als zeker dat ik hier ga terugkeren. Maar af en toe komt mijn kritische geest boven en bekijk ik het allemaal erg sceptisch. Alleen al door het feit dat de mens voet op Antarctica zet, zorgen we voor een enorme vervuiling en ecologische voetafdruk. In de naam van de wetenschap, zodat we de klimaatverandering beter begrijpen? Hier zat permanent tot 40 man, daarvan waren er amper 5 wetenschappers twee weken bezig met onderzoek…
Het is jullie waarschijnlijk duidelijk dat ik aan het aftellen ben, zondag vlieg ik hier weg. Al bij al een prachtervaring. Ik ben hier iets te veel een fabrieksarbeider geweest en veel te weinig gids, klimmer en explorer. Maar er komen nog meer kansen en het enthousiasme dat die granieten spires bij mij en vele anderen veroorzaken, werkt aanstekelijk. Deze basis, zero-emission of niet, zal hier nog vele jaren staan en mogelijkheden bieden aan wetenschappers en misschien ook klimmers. Tenzij er een wonder gebeurt, zal ik hier niets spannends meer meemaken. Misschien komt mijn volgende post wel uit de alpen, waar ik met mijn zuinige 4×4 naar toe gereden ben om te gaan skiën en klimmen ![]()
Sanne
As dark as it gets
februari 12, 2010
In mijn vorige post was ik nog vol lof over het wonder van groene stroom en onbeperkt internet op Antarctica. Een illusie, want de afgelopen dagen is alles gecrasht. Vraag me niet hoe ik er nu in slaag om op de site te geraken.
Maar afgelopen zondag gebeurde er een antarctisch wonder, in perfect windstille omstandigheden, viel er een dik pak verse poeder. Na maandag wat gewerkt te hebben aan de windturbines, snel een goed excuus gevonden om daarvan te gaan profiteren. Per skidoo naar “Teltet” gereden, een berg op 7 km van de basis. Daar vonden we een perfecte poederhelling.
Snel stijgen Alain en ik met de vellen omhoog, om daarna elk ons spoor te trekken. Alain met de klassieke korte bochtjes, ik met snelle en lange afgeronde freeride-bochten. Na de eerste afdaling, leen ik mijn ski’s uit aan Koen, die samen met Alain de tweede afdaling doet. Ik zorg voor foto en film.
De rest van de week heb ik me afwisselend bezig gehouden met het monteren van de nieuwe windturbines (een gevoelige kraanman als ik is daarbij onmisbaar
) en het installeren van “radio Utsteinen”. Op de top van de nabijgelegen Utsteinen, bevindt zich een radiozender, die het mogelijk maakt om op grote afstand verbinding te houden. Alleen moesten daarvoor nog voor 120kg aan batterijen omhoog gesleurd worden. Een geknipte job voor mij. Op een gegeven moment had ik een rugzak met klimgerief, toerski’s en 30kg batterij mee en nog eens drie “klanten” om omhoog te gidsen. Enfin, twee dagen en een stevige ski afdaling verder, is radio Utsteinen een feit.
Gisteren kreeg ik het heugelijke nieuws dat ik samen met A.H. nog eens een trip naar de kust kan gaan doen. Ik had me er al op verheugd om tijdens zijn afwezigheid mijn omschrijding van het Sor Rondane massief te gaan doen. Maar goed, morgen zijn we weg voor vier dagen, naar de kust en terug. Aan de kust halen we de laatste vier containers op, om op de terugreis metingen te doen van het ijsplateau. Saai en langdradig werk, maar allez, we komen nog eens buiten. Vandaag ben ik de hele dag in de weer geweest om het konvooi voor te bereiden. Alles op eigen initiatief, want als je hier op degelijke richtlijnen moet wachten, dan gebeurt er nooit iets…
Ondertussen korten de dagen en komt de poolnacht dichterbij. Blij dat ik dat niet hoef mee te maken, lijkt me erg deprimerend. Over twee weken ben ik thuis en kan ik het begin van de lente meemaken. Geweldig toch, zo overwinteren in het zuiden.
Ik blijf hopen op die laatste uitdagende trip, maar mocht het niet lukken, de komende jaren zal ik nog wel de kans hebben om eens terug te komen. Misschien zie ik de komende dagen nog wel een paar pinguïns. Tot binnenkort,
Sanne
Een vat, een vat, een vat!
februari 6, 2010
Het was niet de beste week van mijn Antarctische avontuur, maar het moet dan ook niet altijd plezant zijn. Langs de airstrip lagen 800 vaten brandstof opgeslagen, diep onder de sneeuwdrift begraven. Vorige week was het nieuwe depot afgewerkt, op de ridge naast de basis en al die vaten moesten daar dus naar verplaatst worden. Omdat Alain en ik nog de enigen zijn die met Prinoth en vooral de gevoelige HIAB-kraan kunnen werken, was dat ons werk voor deze week.
Het is februari en het schemert al wat ’s nachts. De maan is voor het eerst weer zichtbaar. Op bovenstaande foto, genomen van op het dak van de basis, zie je achter de windturbines het nieuwe brandstofdepot. Gisteren heb ik overigens gewerkt aan de montage van vijf nieuwe windturbines, als afwisseling. En op de voorgrond een reden tot vreugde, deze satellietschotel zorgt sinds gisteren voor onbeperkt internet!
Sommigen vragen zich misschien af hoe ik er nu uit zie. Wel, na twee maanden hier onder het gat in de ozonlaag, een verbrande neus, maar verder niet echt gebruind. En scheren is hier geen optie, zodat zelfs ik een plukkerige baard heb laten staan. Deze week hebben we hier overigens heel wat te vieren gehad. Ik moet zeggen dat ik er eerst niet in geloofde, maar de basis werkt sinds deze week wel degelijk op zero emission. Zonne- en windenergie zorgen voor de toch wel grote energiebehoeften. Dankzij een ingenieus systeem ontworpen door Laborelec en Schneider Electric. We kunnen ook douchen en naar een echte wc gaan, voorheen ging alles in een plastic zak. Pittig detail, onze uitwerpselen worden weer omgezet in bruikbaar water voor de douche… en zelfs drinkwater! En nu nog die internetverbinding. Ondanks mijn eerdere scepsis, ben ik toch wel onder de indruk van deze technologische staaltjes.
Het is al de hele week stormachtig weer en morgen wordt dat weer een totale white-out met orkaankracht. Volgende week is er een vlucht gepland, een hoop mensen zullen dan de basis verlaten. Dan rest me nog twee weken om nog wat te ondernemen. Ik hoop dat het weer wat zal meezitten en dat ik die trip rond het gebergte kan maken. Maar het zal snel moeten gaan gebeuren, want er is nog een hoop werk om de basis voor te bereiden op de poolwinter. Tot zover het nieuws, het moet niet altijd skiën en klimmen zijn
Sanne
Back to base
februari 1, 2010
Al na een paar dagen terug op de basis, sta ik te popelen om er weer op uit te trekken. Na Brattnipane ben ik nog twee dagen met Steve en Elie op stap geweest in de nabijgelegen Pinvinanes, waar ik nog wat leuke skitrips kon doen. Met alweer een lawine, terwijl ik te voet een sneeuwgraat afdaalde. Er zit niks anders op dan die ski’s aan de voeten te houden
Maar sinds een paar dagen zijn de wetenschappers vertrokken en ben ik technisch werkloos. Sinds vandaag is het weer white-out en mijn werk bestond uit het verplaatsen van 160 vaten diesel naar een nieuw depot. In het oude staan er nog een dikke 600, dus ik weet nog wel wat doen de komende dagen
Rest me de herinnering van enkele leuke klim- en skitrips van de afgelopen dagen.
De maand februari staat bekend om zijn stormen en op 1 februari zitten we er alvast middenin. Ik hoop op nog een trip, we zijn A.H. aan het bewerken om een vijfdaagse omschrijding van het Sor Rondane gebergte te kunnen doen, zodat ik wat meer details kan bekomen van de “spires”. Laat ons er op hopen.
Maar tot die tijd, no ski, no fun! Witte groeten, Sanne.
Science is fun!!!
januari 27, 2010
Hallo daar in het verre noorden. Ik ben er even 10 dagen tussenuit geweest op een meer dan geslaagde fieldtrip. Als field guide was ik verantwoordelijk voor Stephen en Elie, een Brit en een Vlaming, die voornamelijk werken op morenes en “meren”. Gewapend met een GPR (ground penetrating radar) onderzoeken ze de bodem, ofwel verzamelen ze stenen op morenes, die ze aan de hand van “cosmogenic nucleoids” kunnen dateren. Wat betekende dat voor mij?
Een dag van voorbereiding en inladen (materiaal en eten voor 10 dagen), gevolgd door een trip van 50km naar onze onderzoekszone, gelegen in het gebergte rond Brattnipane. Daar een geschikte kampplaats uitzoeken en een kamp opbouwen. Bovenstaande tent ziet er wel cool uit, maar halverwege de week ging ze glorierijk ten onder tijdens een stormpje… we lagen er op dat moment in te slapen… geen goede reclame voor mountain hardware. Vanuit ons nieuwe BC (Base Camp) verplaatsen we ons dagelijks op twee skidoo’s (sneeuwscooters) en een slee vol materiaal naar een grote vallei naast ons kamp. Die vallei is enorm complex met morenes en zones met puin en sneeuw. Daartussendoor moest ik routes opzetten, die berijdbaar zijn met de skidoo. Sommige van die routes waren tot 15km lang door erg moeilijk terrein. Maar eens mijn wetenschappers op een door hun gekozen plaats afgezet waren, kon ik aan de slag. Ik heb een nieuwe sport uitgevonden, in plaats van heli-skiing, skidoo-skiing
De vallei waarin we werken is omgeven door een hoop mooie en beskibare toppen. Ik trek er telkens alleen op uit en moet dus redelijk voorzichtig zijn. Bovendien moet ik intussen mijn wetenschappers in de gaten houden en klaar zijn om indien nodig te hulp te komen. Andersom zou niet goed staan op mijn palmares… Maar deze skitrips hebben een tweeledig doel; vanop de omliggende toppen kan ik perfect aan “luchtfotografie” doen van de morenes. En daarnaast beklim ik maagdelijke toppen, waaraan ik een naam kan geven. Elie zet dat in zijn wetenschappelijk verslag en zo wordt het officieel. Hieronder de resultaten:
Een van deze dagen zet ik de coördinaten op peakware. Matthias Robl was een instructeur van mij in de gidsenopleiding. Hij bracht me op het idee van Khan Tengri. Hij kwam om tijdens een klimongeluk, vorig jaar. De rest van de namen hoef ik niet te verklaren.
Na de dagelijkse skitour, haalde ik Steve en Elie weer op, om dan het avondmaal met dessert voor hun te maken. Ik kan wel zeggen dat we uitstekend gegeten hebben. Dat was nodig ook, dagen van 12 uur in de bijtende kou en een strakke wind, dat vreet aan je.
Terwijl zij hard aan het werken waren, deed ik dus aan “luchtfotografie”. Hierbij enkele sfeerbeelden:
Tot slot, ik had aan Favresse en Villanueva beloofd uit te kijken naar een projectje voor hen op Antarctica. Wel, ik denk dat dit wel iets is. De foto is genomen op 50km afstand en 20x ingezoomd. De dimensies moeten dus wel redelijk groot zijn. Cerro Torre, eat your hart out!
Droom zacht, klimmertjes ![]()
(Ik heb nog steeds nachtmerries van in een ruk wegvliegende tenten…)
Sanne
Skiën in het verre zuiden deel 2
januari 16, 2010
Gisteren dus alweer twee wanden ontmaagd, ditmaal in het bijzijn van een fotograaf. We gingen omhoog langs de westwand om vervolgens de 55° steile zuidwestwand af te skiën. Alain Trullemans ging als eerste en aan het harde geluid van ski’s op keiharde sneeuw, wist ik dat het geen makkie ging zijn. De eerste 100m waren nog goed te skiën, maar dan werd het erg ijzig. Met een bonzend hart en opgepompte bovenbenen komen we veilig beneden. Maar we willen profiteren van de condities voor de volgende storm losbarst.
We doen de ski’s uit en beklimmen de elegante zuidwestgraat om toegang te krijgen tot de laatste wand. Een zuidwand op Antarctica is zoals een noordwand bij ons, daar schijnt de zon niet… En de wind waait hier constant uit het oosten, sneeuw wordt dus afgezet in west- tot zuidwanden. Maar volgens dé expert ter zake, een zekere A.H. zijn er nooit lawines in Antarctica. We hadden beter moeten weten. Nochtans zag de poedersneeuw in die laatste wand er erg veelbelovend uit.
Te voet belast je de sneeuwlaag veel meer dan op ski’s en dat is ons geluk. De hele wand breekt los aan een crevasse 10m naast ons. Maar het zijn degelijk wij die de lawine veroorzaken. Daar gaat die laatste wand en maar goed ook! Let op ons stijgspoor dat hier en daar een paar meter opgeschoven is. Een unieke foto. Na dit incident staan we weer met de voeten op de grond, niet verzwakken en nooit op het oordeel van een ander vertrouwen. Een simpele bloktest had me al snel de ogen geopend.
We komen er met de schrik vanaf en hebben toch nog een tweede schitterende afdaling. Maar wat een adrenaline-rush!
Vandaag ben ik gaan baby-sitten op onze wetenschappers, 20km van de basis en heb daar ook nog een prachtige beklimming en afdaling kunnen doen. Onder de 30° steil deze keer!
Sanne
Intermezzo
januari 15, 2010
Vorig weekend zijn de wetenschappers waarvoor ik verantwoordelijk ben, eindelijk aangekomen. Tijdens het wachten op het vliegtuig, ben ik wat gaan boulderen, allez, the antarctic way…
Maandag heb ik samen met Alain Trullemans een volledige dag training gegeven aan die mannen. Tentje opzetten en koken, hoe zich te kleden, gebruik van radio, iridium en GPS, Skidoo rijden, cramponeren en spaltenberging. Eindelijk een toffe dag werk. Niet voor lang, want dinsdag en woensdag waren we alweer op traverse naar de kust. Deze keer in 40 uur probleemloos heen en terug gereden, mét alle containers aangekomen.
Donderdag hard gewerkt om de komende expedities met de wetenschappers voor te bereiden. Maar in de namiddag hebben we kans gezien om twee extreme afdalingen met de ski’s te doen. De fotograaf van de expeditie heeft enkele prachtige beelden gemaakt, ik hoop die binnenkort te kunnen publiceren. Weet alvast dat het steil, ijzig en spannend was, met onder andere een mega-lawine…
Voor de komende dagen voorspellen ze weer een dikke vette storm, dus voorlopig zullen we wel rond de basis blijven hangen.
Sanne











































































