Sportklimmen
juli 17, 2010
Na het het bezinningsmoment voor Joris vorig weekend, wilden we (An, Jonas, Tim en Maxime) nog even gaan klimmen voor we aan onze langere reis door de Alpen beginnen.
Ons klimniveau mocht zeker nog wat getraind worden en daarom besloten we te gaan sportklimmen in Berdorf. Jonas en ikzelf waren er nog nooit geweest; wat een prachtige omgeving zo dicht bij huis! De zandsteen die zo verschillende en mooie structuren heeft, een prachtig bos en een heel rustige omgeving… meer hadden we niet nodig om ons op niveau te brengen.




Nu we 4 dagen hard hebben kunnen klimmen zijn we volledig klaargestoomd om komende week Val di Mello aan te vallen! Hierover hoor je binnenkort onwaarschijnlijk nog wel van.
Maxime
No news
juli 4, 2010
Zowat alle MCers zijn naar de Alpen uitgezworven. Zelf ben ik net terug uit Chamonix. Niks spannends meer beleefd, enkel nog die ellendige Mont Blanc overgewandeld, om onze cursisten een plezier te doen. Dit weekend doorgebracht in het oranje-gekke Holland, bij mijn grootvader. De perfecte plaats om tot rust te komen, bij mijn (O)Pa van bijna 90.
De krant heeft bericht dat Joris “onvindbaar” zou zijn. Dat is niet waar, er worden nog steeds pogingen ondernomen om zijn lichaam te bergen. Maar het vliegweer is nog altijd even slecht en als er al een helicopter ter plaatse geraakt, hebben ze erg weinig tijd om te zoeken. Bij de vorige poging werd de rugzak gevonden, maar Joris niet.
Ben benieuwd of dit bericht ook als “ongepast” ervaren wordt… Wie van de MCers heeft nu nog zin om iets over klimmen te schrijven?
Sanne
When bad luck comes in.
juni 22, 2010
“…. Bad Luck ….”
Een zin die al enkele jaren is blijven hangen en voor wat er is gebeurd is het een veel te eenvoudig woord. Het komt uit een interview met de in 2006 overleden skier Doug Coombs. Hij speelt een belangrijke rol in de skifilm Steep, een film over de geschiedenis van het extreem skiën met veel intervieuws omtrent de genomen risico’s in de Bergen.
De laatste week was best druk, ik zou veel bedenkingen en gedachten kunnen delen maar omdat ik niet geheel tevreden geraak over wat ik neerschrijf zullen ze niet snel ergens verschijnen. Toch komen her en der reacties boven waarop ik best wil reageren. Dat deze bedenkingen worden gemaakt begrijp ik best, hopelijk worden de meeste vragen via dit bericht opgelost. Zijn er nog vragen, stel ze! Zijn er volgens jouw fouten gemaakt, wat is dan de link met het ongeval?
Het moeilijkste gespreksonderwerp is het risico van de bergsport. Je hele leven is verbonden met een bepaald risico. In het dagdagelijkse leven heb je de gemakkelijke voorbeelden als aangereden worden door een auto, overlijden door een ziekte als kanker, etc. … Hoewel iedereen al wel een dergelijk overlijden van dichtbij heeft meegemaakt is de kans klein dat dit jouw overkomt. Ik ga geen cijfers opzoeken en me niet bezig houden met kansberekening maar als je aan een sport als alpinisme doet is de kans op een ongeluk met fatale afloop duidelijk groter, dat geef ik gerust toe. Hoe meer tijd je er aan besteedt hoe meer risico je loopt, dat is logisch. Toch is het ergens opmerkelijk hoe de lage dagdagelijkse levensrisico’s die de hele wereld iedere keer neemt probleemloos worden geaccepteerd door de massa en dat een hoger levensrisico als alpinisme als roekeloos gedrag bestempeld wordt. Waar ligt die grens?
Een ander interresant bericht zou kunnen gaan over “het waarom?”. Allemaal willen we ons leven zo lang mogelijk rekken en zoveel mogelijk meemaken, waarom we ons dan met zo een risicovolle sport bezighouden. Best moeilijk uit te leggen maar verdomd interessant. Dit doet me te ver afdwalen van dit bericht dus hierover ga ik zwijgen. Wel wil ik zeggen dat je als klimmer moet erkennen dat er altijd gevaren aanwezig zijn. Deze noemen we de objectieve gevaren: Steenslag, lawines, instortende seracs, gletsjerspleten, snel opkomend slecht weer, … zelfs voor een relatief veilige tak als sportklimmen zijn er gevaren; denk maar aan steenslag of slechte haken. Als klimmer moet je erover nadenken en beseffen dat er iets kan gebeuren. De kans op zo een ongeval probeer je te beperken. Zo snel mogelijk door de gevaarlijke zones, vroeg vertrekken vroeg terug zijn, … Je kan niet in een gebergte komen zonder aan deze gevaren te worden blootgesteld! Dat moet je beseffen en aanvaarden.
Wat de Cassin betreft, dit was een behoorlijk veilige route, weinig losse rommel, je zit op een graat zodus bijzonder weinig passages dat je in de vallijn van ijs-, steen-, sneeuwlawines zit. Enkel de aanloop was tricky; slecht zicht en een moeilijk te vinden weg, een gevaarlijk couloir, een spaltenrijke gletsjer en een uurtje onder seracs door. We waren ons bewust van deze gevaren. Door vroeg te vertrekken en enkel op veilige plaatsen te pauzeren hebben we deze beperkt.
Een veel terugkomende opmerking is; “ervaren alpinisten hoe kunnen deze jongens nu ervaren zijn?”
Joris was 27 en had zijn eerste alpiene stage op zijn 18, een domme methode maar als je het dan toch in jaren wil uitdrukken, 9 jaar ervaring. Stages met zwitserse gidsen, Jan Vanhees, het project Klimalaya en Mount Coach. Hoe het allemaal in elkaar zit durf ik niet zeggen maar Joris had enkele Bloso opleidingen afgerond en was al 2 jaar wachtende tot er genoeg geïnteresseerden waren voor de trainersmodule Bergbeklimmen. Zonder twijfel durf ik zeggen dat er weinigen in België zoveel materiaalkennis als Joris hadden. Zij die hem zagen klimmen in de zaal, op de rots of in het ijs zullen joris herrinneren als iemand met uiterst gecontroleerde en elegante bewegingen. Kortom, joris kan je moeilijk een amateur noemen.
Als ik mezelf moet beoordelen, mijn alpiene leven is in 2007 gestart met Mount Coach. Toegeven 4 jaar ervaring is in vergelijking met Joris enorm weinig maar daar kan je dan ook wel enkele kanttekeningen bij maken. Eerst wil ik je vragen van af te stappen van de gedachte hoeveel jaar ervaring je hebt maar eerder te denken aan het aantal weken je in de bergen vertoeft en wat je daar doet. Via het KBF zou je alle stages en opleidingen beginners tot gevorderden kunnen doorlopen (sportklimmen, alpiene rotsklimmen, alpinisme, ijsklimmen, tourskien). Iets wat je wellicht meer dan 5 jaar zal kosten. Dan mag je best wel zeggen dat je weet hoe je een beklimming moet aanpakken maar dat wil dan niet zeggen dat je volleerd bent. Dat ben je simpelweg nooit. Toch kan je op een verstandige en veilige manier de bergen in. Doet er zich een probleem voor dat je niet geleerd hebt vind je een manier om dit op te lossen en vraag je achteraf of dit een goede methode was en hoe je dit anders zou kunnen aanpakken. Nu heb je nog een probleem. En als ik rondhoor is dit het waar het in Belgie vaak stokt, … klimpartners.Wel, het mooie aan Mount Coach is dat het gehele stagepakket en die klimpartners allemaal samen komen. Dat betekent meer dan 10 weken en 4 weekends in minder dan 2 jaar onze eigen trips niet meegerekend. Onze coachen geven eveneens stages bij het KBF dus dit lessenpakket zal heus niet verschillen, ik ben er zelfs van overtuigd dat wij als Mount Coachers het voordeel hebben dat onze coachen weten wat onze zwakke en sterke punten zijn. Zij die iedere zomer een andere berggids voorgeschoteld krijgen zullen dit wellicht niet hebben?
Swat een lang verhaal kort. Ja, mijn 4de alpiene klimjaar is juist gestart, dat zijn weinig jaren. Ik heb geen vaste job, best veel vakantie dus uitgedrukt in weken zat ik afgelopen 3 jaar wellicht een 50 tal weken in de Alpen. In vergelijking met een werkende mens die echt al zijn vakantie opdoet aan klimmen (laten we zeggen 5 weken per jaar ) klim ik al 10 jaar. In vergelijking met iemand die 2 weken per jaar aan alpinisme doet klim ik al 25 jaar. Deze telling in weken maakt eigenlijk niet veel uit, want ik heb best al wat slecht weer uitgezeten. Eigenlijk moet je zien naar wat Joris en ik al gedaan hebben en dan gaan we oordelen!
Ik ga me zeker niet de ervaren en volleerde klimmer noemen. Wel ben ik ervan overtuigd dat we al genoeg geklommen hebben en zodus al genoeg ervaring hadden om de Cassin in te kruipen. Trek je dat nog in twijfel, mij geen probleem heb je zin om de twijfel luid te gaan verkondigen. Zet dan een link op deze site of laat het me weten dan vertel ik je wel wat we allemaal geklommen hebben en wil ik ook wel eens weten wanneer iemand volgens jouw klaar is voor de Cassin?
Iets wat we vroeger met trots citeerden, krijgen we nu terug in ons gezicht.
“The Cassin Ridge: Alaska’s Testpiece”
Of wat in een reactie bij vorige post reeds aangehaald werd en op summitpost staat:
“Climbers completing the CASSIN RIDGE find themselves in a small fraternity of elite Alaska climbers. The route ascends the prominent ridge on the 8,000 foot south face that ends a few hundred yards west of the summit. It is steep, demanding, and committing. As a result, frivolous accidents are rare on the Cassin Ridge because only the most experienced climbers will think of attempting it.”
Deze quotes haal ik met plezier aan moest ik reclame maken voor onze expeditie. Nu nodigen ze echter uit tot nadenken. Eigenlijk durf ik wel zeggen dat deze overdreven zijn. De Cassingraat is dit seizoen door 3 teams geklommen en sinds zijn eerste beklimming zijn er waarschijnlijk een 50 tal teams, een 100tal man door deze route gekropen. Dit noem ik eerder een extreemklassieker. Ieder jaar plannen bijna 10 teams een beklimming. Moest het in Alaska beter weer zijn en het klimseizoen zou langer duren geraken deze alle 10 boven. De Denali Diamond met zijn lengtes 90° en M7+ dat dit seizoen zijn 7de beklimming had (door de Giri Giri Boys ) dat is een “Testpiece”. Een andere route om u tegen te zeggen en geen spek voor mijn bek maar voor velen is de Heckmeier door de Eiger eveneens de moeilijkste route ter wereld…
Dat de moeilijkheid van de Cassin hoog ligt wil ik gerust toegeven. Als je vluchtig bekijkt lees je 80 graden alpien ijs, 70 graden mixte en 5de graads rots dit voor 2500m tot een top boven de 6000. Als je die topo eens lengte per lengte bekijkt zie je 5 moeilijke lengtes . Hierover kunnen we discussiëren maar mag ik zeggen dat een steilheid van 60° in sneeuw en ijs niet moeilijk is? Deze 5 lengtes liggen allemaal onder de 5000m. Om op veilig te spelen hadden we besloten dat we de rugzak van de voorklimmer op deze plaatsen zullen takelen. De laatste 1000m naar de top is maximaal 50gr sneeuw en mixte. Zodus, de Cassingraat was van een niveau dat we beide zouden aankunnen. Het nieuwe was de zwaardere rugzak en de 3 dagen klimmen.
De plaats, de situatie en het moment van het ongeval bewijzen dan ook dat er geen verband is met de moeilijkheid. Even een opsomming:
Joris had juist het steilste stuk ijs van de route geklommen en relais gemaakt; We waren nog maar 2 uur bezig dus van vermoeidheid was nog geen sprake; Op het moment van het ongeval stond ik in het moeilijkste stuk, 1 bijl hield ik vast, met mijn andere hand hield ik Joris zijn rugzak vast zodat hij deze makkelijker kon ophalen. Mijn eigen rugzak droeg ik op mijn rug. Nu zal je me moeten geloven maar ik voelde me perfect en zelfs in dit steilere stuk ijs stond ik comfortabel. Een val heb ik niet gemaakt; We waren op 3900m hoogte, vergelijkbaar met een moeilijke lengte onder de top van een serieuze noordwand in de alpen, de 2 weken voordien hebben we geleefd tussen 4300m en 6200m. De last van de hoogte was miniem;
Wat er zich bij joris heeft afgespeeld is me een raadsel. Joris heeft een relais gemaakt op klemblok en friend. Joris was zijn rugzak aan het optakelen en op dit moment is deze uitgebroken. Dat die friend en klemblok niet ideaal geplaatst zijn is duidelijk, een relais hoort niet uit te breken, maar lag het aan de rots, het materiaal, of de plaatsing?
Iets anders dat wel eens ter oren komt is de vraag of we niet te hard gepusht worden en waarom het altijd zo moeilijk moet zijn. Dat is een vraag die je je terecht kan stellen maar ook moet ik weer toegeven dat er een logische stijgende lijn in de moeilijkheidsgraad van mijn geklommen routes zit. Van sportklimmen tot de eerste serieuze noordwanden. Ik weet waar ik momenteel kan inkruipen, wat op mijn grens ligt en waar ik al fluitend doorklim. Ik weet dat hoewel ik een stuk 90 graden kan klimmen ik niet moet denken aan 2 lengtes. Ik weet dat ik ondanks het feit dat ik al een jaar droom van Colton-Macintyre op de Jorasses deze route veel te dicht bij mijn limiet ligt en het nog lang zal duren eer ik er echt klaar voor ben. Als klimmer heb je een comfortzone en een limiet. Zolang je binnen die comfortzone klimt leer je bij maar ik ervaar dat ik het meeste leer als ik juist op die grens of er buiten klim. Voor een grote noordwand zal ik er altijd voor zorgen dat ik op de grens van mijn comfortzone klim zodus ver genoeg van mijn limiet blijf. Voor een goulotte waar je in kan terugkeren kan ik al iets buiten mijn comfortzone gaan. Voor 2 lengtes mixte die je om de meter kan afzekeren kan je best gevaarlijk dicht tegen je limiet komen. Net als je bij het sportklimmen of in een zaal over deze limiet mag komen.
Je geraakt geintresseerd in klimmen, leest verhalen over beklimmingen die je doen dromen en stilaan ben je niet meer geïnteresseerd maar eerder bezeten. Mijn dromen draaien niet alleen om een Changabang of een Shivling maar evengoed om een klassieker als Arètes Rochefort of De Biancograat. En zie, toevallig ben ik niet alleen bezeten door deze sport maar haal ik er ook ongeloofelijk veel voldoening uit en het beste van al het gaat me redelijk goed af en ben voor een deel bereid ernaar te leven. Begrijp me niet verkeerd ik brak in het rotsklimmen, ik zie mezelf niet als een goede alpinist, ik zie me enkel beter en beter klimmen. Ga je tegen een voetballer die best wel aardig op dreef is, er voor leeft en zich telkens ziet verbeteren zeggen dat hij het maar even moet laten vallen? Ik heb zin om te verbeteren in deze sport die me lief is, zonder iets over te slaan probeer ik zo snel mogelijk vooruit te gaan. Ik zie daar niets fout in, ook zie ik geen verband met het ongeval en het feit dat je snel wil bijleren.
Ook van onze coachen uit is er nog nooit druk geweest om grote dingen te doen. Mount Coach is een programma dat jongeren alles leert omtrent de bergsport maar wat je ermee doet moet je zelf beslissen. En of je er nu voor kiest om te studeren/werken en tijdens de vakantie een beetje te klimmen of je er zoals ik zoveel mogelijk tijd voor probeert vrij te maken. Daar laten ze je vrij in. Het gaat erom dat ik naar mijn klimdromen toe werk, dat ik wil blijven verbeteren en wil blijven vooruitgaan. Ik beslis voor mezelf welke stappen ik neem, en als deze te groot zijn zullen onze coachen de eersten zijn die me terugfluiten. Ik heb een grote schrik voor voorklimmersvallen, zelfs in een zaal als de klimax, dus je zal me niet snel in iets te moeilijk zien. Ook wordt er aan de jongste bende Mount Coachers, die technisch gezien verdomd goed is, duidelijk gemaakt dat ze rustig omhoog moeten kruipen. Dit zowel in het engagement als de moeilijkheidsgraad van routes. Als je door een 4 de graads goulotte geraakt wil dat niet zeggen dat je een 4 de graads wand met wisselende condities doorkan, dat weten we allen.
Was er een prestatiedruk en hoe zat het met het weer in Alaska? Ik kan niet ontkennen dat er een zeker druk is. Je werkt een half jaar naar deze expeditie toe, het is een kostelijk boeltje en je weet dat de slaagkansen door het weer en de strakke timing redelijk miniem zijn. Er is niemand die ons deze druk oplegt, het zijn wij die willen dat dit lukt, en dat lijkt me nog altijd behoorlijk logisch. Het grand beau van de alpen is in Alaska enorm zeldzaam. Deze gebergteketen staat bekent om zijn slecht en onstabiel weer. De grote stormen met de meters sneeuw zijn altijd uitgebleven. Het standaard weerbericht op 14.000 voet was “partly cloudy”. Dit betekende opstaan in een zonnetje met wolken tot 13.000 voet, tegen de middag trekken deze naar boven en vormen een plafond dat rijkt tot 17.000 voet en tegen de avond breken deze open en zakken terug weg. Sporadish hadden we een kleine sneeuwval (10cm max ) slechts 2 keer is er een goede 30cm gevallen. Voor ons vertrek naar Alaska was reeds duidelijk dat klimmen in een zonnetje practisch onbestaande was, maar ginder was het weer nooit een hindernis. Boven 17.000 voet zat je zo goed als altijd boven de wolken, lager hing het af van het tijdstip van de dag, De 2 belangrijke factoren waren de wind en verse sneeuwval. Na een onverwachte sneeuwval op zaterdag kregen we ‘s avonds volgens beide weerpatronen groen licht. 4 dagen (verder werd niet voorspeld ) partly cloudy. Enkel voor de aanloop, en de start van de beide rotsbanden was zicht van belang. Er mocht geen te grote sneeuwval zijn, dit zou ons te veel vertragen. En op de topdag mocht het niet te koud zijn of te hard waaien. Ook na het ongeval is het weer redelijk goed gebleven (een stabiele luchtdruk rond 1011 ). Het grote probleem was dat ik in die vaste wolkenlaag zat, hoger op de Cassin zou ik voornamelijk een zonnetje hebben gezien en dat de helicopter van ver moest komen. 110km, 3700Hm en vele bergpassen, zie naar de webcams van Courmayeur en Chamonix nog geen 10 km van elkaar verwijderd en je begrijpt dat het moeilijk overal goed weer kan zijn.
Waarom die zelfpromo en een site? Ten eerste is er geen betere methode om mijn omgeving en andere geïnteresseerden op de hoogte te houden van mijn beklimingen. En als ik via deze site een complimentje krijg is dat best aangenaam. Ja, er zijn enkele enorm stevige klimmers in België. Op een weekendje kruipen ze door een zware noordwand en maandag gaan ze terug werken. Slechts enkele krijgen te horen waar zij dat weekend zaten en dan wordt alles terug vergeten. Een enorme prestatie waar ik mijn petje voor af doe en het maakt me helemaal niet uit dat zij er liever over zwijgen. Maar geloof me voor die 2 reacties op onze blog ga ik heus niet naar de alpen rijden, 3 uur aanlopen, 16 uur klimmen, 6 uur afdalen, terug huiswaarts rijden en 150euro van mijn rekening zien verdwijnen.Als ik morgen een route wil klimmen vind ik het zalig dat ik buiten die quotatie kan zien hoe de route eruit ziet, waar de crux ligt, dat er in de 4 de touwlengte 2 pitons hangen, dat ik simpelweg al kan zien dat de route in conditie is ,… Waarom zouden we deze informatie niet delen met anderen?
Ik heb het in België te veel naar mijn zin om me volle 100 percent op klimmen te richten. Maar als er zich ooit de kans voordoet om dit klimmen op een professionelere wijze (een gesponsorde klimtrip, als berggids, een foto, een geschreven artikel ) te combineren met mijn ander interesses zal ik deze zeker grijpen. Als ik dankzij deze verslagen en foto’s in de verre toekomst een materiaalsponser zou kunnen regelen en zo geld kan uitsparen of meer tijd in de bergen kan doorbrengen? Vertel me waarom niet?
Graag zie ik reacties? Wat zijn jullie bedenkingen bij dit hele gebeuren, dit project, alpinisme in Belgie, ik hoor ver onduidelijk gemompel maar wat denkt die oudere generatie klimmers, wat denk je van mijn opmerkingen, begrijp je als klimmer/wandelaar/of toevallige voorbijganger wat ik denk of mankeer ik toch iets, … (Hoewel ik dat niet zie weet ik dat er een hoopje taalfouten instaan )
Ik ben een grote jongen, kan best tegen een stootje en ben heus niet zo koppig dat ik je nooit gelijk zou geven. Dus vertel me maar wat je wil. Ik hoop enkel dat ik geen ongepaste reacties moet verwijderen. Alsjeblief, denk aan je woorden, en denk vooral aan de famillies die enorm moeilijke tijden doormaken!
Sam
Stilte na de storm
juni 18, 2010
Een week geleden werd Sam van de berg gehaald en sinds maandag is hij weer thuis. Het lichaam van Joris bleef achter en is nog steeds niet geborgen. De aandacht van de pers is na de door Sam gegeven persconferentie van afgelopen maandag weggeëbt.
We blijven allemaal wat verslagen achter en het is even stil op onze website. Onze zorg gaat momenteel uit naar de berging van Joris, maar er is gewoonweg geen nieuws uit Alaska.
Met de hele groep van MC zijn we samen gekomen en we hebben elkaar goed kunnen ondersteunen. We hebben de belangrijke beslissing genomen om volgende maand niet op expeditie te gaan met MC3 naar Tadjikistan. Er waren verschillende problemen om de logistiek rond te krijgen, er dreigt burgeroorlog over te waaien vanuit Kirgistan en natuurlijk staan onze hoofden nu even niet naar een expeditie. Maar uitstel is geen afstel. Dankzij onze verschillende sponsors hebben we een aardig bedrag op de rekening staan en dat gaan we zeker nog aan een expeditie besteden. Dat zal echter pas voor volgend jaar zijn.
Deze zomer gaan we wel naar de Alpen. In het kader van het idee MC+ vorming, beginnen we vervroegd aan een opleiding Bigwall-klimmen. Dat zal doorgaan in de Alpen, in Noord-Italië, waar Yosemite-achtige valleien te vinden zijn. Aansluitend gaan we een hooggebergte-bijscholing doen en wat mooie beklimmingen proberen te realiseren. Want we beseffen allemaal dat het leven ondanks alles gewoon doorgaat en stoppen met klimmen is gewoon geen optie.
Deze site zal langzaam aan weer op toeren komen en nationaal en internationaal klimnieuws brengen. Dit in alle respect voor onze overleden klimmakkers, die ondertussen met z’n vieren zijn in het klimmersparadijs.
Sanne
Aangekomen in Alaska
mei 20, 2010
Eerlijk we komen maar moeilijk op gang. Door die ijslandse vulkaan, aan de naam ga ik me niet wagen, zijn we maandag met 5 uur vertraging vertrokken. Op zich viel dit nog mee, maar jammer genoeg misten we zo onze verbinding in Minneapolis. Een nachtje slapen en dan tegen de middag een niew vliegtuig op. Op weg naar de startbaan liep er iets fout waardoor het vliegtuig niet in de lucht mocht en wij op een ander vliegtuig werden gezet. Uiteindelijk landen we met 20 uur vertraging in Anchorage. Dinsdagavond en woensdagmorgen snel allerlei winkels aflopen en in de namiddag de bus richting Talkeetna. Onze zakken zijn gepakt, we hebben ons materiaal zoveel mogelijk beperkt, verder hebben we voor 24 dagen eten, toch komen we aan een totaal van 140kg. En dit moeten we naar 14000 voet krijgen?
Morgenvroeg, na een briefing bij de rangers, hopen we naar het basiskamp te vliegen. vanaf dan houd Yannick jullie op de hoogte!
Nog een andere tegenslag, mijn fototoestel is zojuist gesneuveld. Net nu ik me met stop-motion filmpjes aan het amuseren was. Maar geen nood, we hebben nog een videocamera en een reservetoestel. Eerst deze onder de knie krijgen.
pzz
Van Cioccolata Calda naar Bier und Snitschel !
mei 17, 2010
Of anders gezegd van Valle del’Orco (Italië) naar Ettringen (Duitsland). Vanwege wisselvallig weer vertrokken Maxime, Stijn Depuydt en ik (Tim) dinsdagavond met enige twijfel richting Valle del’Orco. Bij aankomst leek het weer wel OK te zijn, en na de gebruikelijke cioccolata calda waren we klaar om de wand aan te vallen. We kozen voor “Il fessura della disparazione” : de klassieker van het massief.
De 5c waarmee de route van start ging bleek direct steviger dan gedacht. De barst is zo’n 20 cm breed en omdat ik het gegeven “maxi friend” in de topo genegeerd had moest ik de lengte klimmen met slechts 2 friends. De overvloedige regen van de voorbije dagen zorgde voor sommige natte barsten en daardoor werd het alleen maar spannender. In de 2de lengte leek de barst niet smaller te worden, maar met de hoop dat de barst om het hoekje zou overgaan in een ander formaat klom ik dan maar verder. Ik keek het hoekje om en… in plaats van te versmallen of gewoon schuin verder te lopen veranderde de barst nu in een soort Offwidth. Als ik nu uitschuif… dan zou ik wel eens heel diep kunnen vallen. Ik maak men hoofd even leeg en besluit ervoor te gaan. Yes, na enkele minuten ben ik erdoor en heb ik een bak vast. Zwetend bereik ik de relais. De opwarming is afgerond! Tijd voor de rest.
De derde lengte loopt nog altijd door die 20cm brede Offwidth barst, maar nu niet schuin maar zo goed als recht omhoog. Maxime twijfelt eerst nog even maar besluit dan toch te gaan. Die twijfels waren niet echt nodig. Hij geeft even een demonstratie van ‘tempo maken’ en bereikt bijzonder vlot de relais.
In de vierde lengte vecht Stijn even tegen graniet dat verzadigd is met mos en water. Met een uitstekende rotsblok 2 meter onder hem besluit hij dan toch maar terug te keren. We dalen even af en kiezen voor de lengte ernaast. Alweer moet Stijn het bekopen met natte graniet. Maar deze keer is het wel af te zekeren. Goed de voeten plaatsen lijkt wel ‘de clou’ in deze route. Al naklimmend schuiven mijn voeten 2 keer weg en telkens knal ik met men knietjes recht op het scherpe graniet. Met 2 blauwe knieën kom ik “bien abimé” toe aan de relais. Tijdens het rappelen had Maxime een mooie barst gespot, deze 2 lengtes klommen we dan ook nog snel.
We besloten gewoon de leuke barsten eruit te kiezen en vooral die “hand-jams” te oefenen, na 4 dagen hard klimmen hadden we vingers zonder vel, pijnlijke schouders en spieren die niet meer meewerkte.. zaaalig toch?! Nu eventjes alle wonden laten helen, examens doen en dan… Naar de Alpen natuurlijk voor meer barsten, sneeuwgraatjes en mixte routes!
Graag willen wij onze trouwe sponsor: Garage Houttequiet bedanken voor het gebruik van de “Mount Coach camionette”, bedankt Dirk!
Hierbij nog enkele sfeerfoto’s
Dan sta ik toch stilaan op scherp?
mei 8, 2010
Ik kan de tijd niet echt vinden om een deftig verslag over mijn laatste trip te schrijven. hier toch iets dat in de buurt komt, sorry voor het warrig boeltje…
Ikzelf heb geen auto, een van mijn grootste problemen is om telkens in de Alpen te geraken. Als iemand me vraagt voor enkele dagen te gaan klimmen kan ik dan ook moeilijk weigeren. Zo kreeg ik een tijd geleden een mailtje van Jeroen Vels, een Nederlandse klimmer die met Wouter Van Dijck eveneens Denali gaat beklimmen.
De plannen waren snel gemaakt en woensdagnacht vertrokken we richting Chamonix. Eerlijk toegeven slim was het niet maar uiteindelijk hadden we die nacht maar 2 uurtjes slaap achter de rug. In Cham aangekomen was het zoeken naar een goede wand; Lagarde op de droites had Jeroen al geklommen, ik klom vorig jaar de Ginat, Colton Brooks lag er maar droog bij….. Een van grootste kanshebbers was de zwitserse route op de Courtes. Tot Jeroen de woorden Nant Blanc en Britse Route liet vallen, eentje die al een jaartje in mijn hoofd rondhangt.

De Nant Blanc wand van Aiguille Verte/ Sans Nom. Groen is de Britse route, wij klommen de rode lijn.
’S avonds namen we de laatste lift richting Grand Montets en maken we nog een verkennende wandeling naar de graat van Petite Verte. Van hieruit kan je praktisch de gehele wand bekijken. We zien 1 cordée halverwege Charlet-Platonov, verder zitten er 2 cordées in het onderste deel van Gabarrou-Silvy (ik had er wat van gehoord maar om die jongens nu te zien prutsen in die barsten zonder ijs, wat een prachtige lijn! ). De top hangt in de wolken dus de uitklim kunnen we niet zien. Er was ons wel toevertrouwd dat de laatste goulotte zelfs in de zomer ijs heeft, op foto’s was dit ook duidelijk te zien. We maakten een snelle berekening, tegen half 5 in de route tegen 6 uur ‘s avonds op de top van de Verte en een nachtelijke afdaling richting Chamonix. In de rugzak zit mijn synthetisch jasje, 2 liter water, een bivakzak, 6 marsen en 2 powergels.
Om 2 uur ‘s nachts zetten we de wekker. We hebben geslapen in de verwarmde toiletten wat het opstaan aangenamer en sneller maakt, tegen half 3 zijn we vertrekkensklaar. De aanloop is niet moeilijk maar toch best lang. We gaan naar de graat van Petite Verte waar we aan de andere kant een 200 tal meter moeten afklimmen. Vervolgens rapellen we in een couloir dat ons op de gletsjer brengt. Na geploeter over de gletsjer belanden we tegen 5 u ‘s morgens aan de start van onze route.
We staan onderaan de start van de Engelse route, een 10 tal loodrechte meters moeten ons naar “gemakkelijker” terrein brengen, namelijk een grote S van sneeuw, ijs en mixte. Het enige probleem, in plaats van 10 meters ijs vinden we enkel een hoekversnijding met een 2 cm brede barst. Ik hoop deze nog te onwijken via een tricky traverse maar bots uiteindelijk op een vlakke rotsplaat. Aangezien de S ook behoorlijk droog lag en we denken dat we hier te veel tijd zullen verspillen besluiten we de onderste rotspijler te ontwijken. In snel tempo starten we onze klim, eerst een 50 graden sneeuwcouloir, vervolgens een 100m stijlere mixte waarna we aan het middelste ijsveld komen. De condities zijn perfect. De sneeuw is goed aangevrozen, het ijs heeft die zalige goulotte/firnachtige structuur en sporadisch kunnen we een goede ijsschroef draaien. We klimmen simultaan waardoor we goed vorderen. Na een anderhalf uurtje hebben we de eerste 300m achter de rug
Op het middelste ijsveld komen we terug samen bij onze engelse route. Maar ook de condities veranderen hier fors, de sneeuw die we gisteren zagen is helemaal niet gezet. Het is ook geen losse poedersneeuw die we nog kunnen samenstampen maar heeft meer een suikerige samenstelling waardoor we iedere keer tot op het blanke ijs belanden. In een 60 graden helling zeker geen pretje want nu voel je je kuiten pas echt werken. Onze snelheid gaat intussen fors achteruit. Via een mooie mixte ramp klimmen we van het middelste ijsveld naar het laatste stukje couloir. De 2 cordees die we in Gabarrou-Silvy hadden gezien hadden hun plannen ondertussen al gewijzigd. De bovenste rotswand lag er te droog bij dus gingen ze naar links traverseren richting makkelijker terrein.
Koppig houden we aan ons plan en klimmen richting de start van de bovenste rotswand. De hele dag is het al bewolkt, volgens het weerbericht zou het opentrekken maar da gebeurt niet. We zijn te hard gefocust op het klimmen waardoor we niet merken dat de wolken ondertussen fel gezakt zijn. Tegen dat we beide onderaan de topwand staan zitten we midden in de wolken. Ook hier is betrekkelijk weinig ijs te vinden. Dit in combinatie met het slechte weer en het late uur, ondertussen is het al 16u, doet ons beslissen deze moeilijkheden te omzeilen. Ook wij starten aan de traverse die toch behoorlijk tricky is. Eerst 70 graden losse sneeuw, later smalle rotsterrassen, en stijl ijs. Na een traverse van zeker 150m belanden we stilaan in een groot ijsveld. Waar we juist zijn weten we niet, ons zicht wordt beperkt tot een 10 meter en stilaan begint het te schemeren maar vermoedelijk zijn we onder de grote rotsband van Sans Nom en Pointe Croux door. Het terrein is hier gemakkelijker dus besluiten we recht naar boven te klimmen.
Ondertussen is het al donker, het woord bivac komt steeds vaker naar boven. Als de wolken dan uiteindelijk even openbreken en we zien dat we nog zeker 250 Hm te klimmen hebben gaan we op zoek naar een goede plaats. In een 60 graden steile sneeuwrichel graven we een 2 persoonszitje uit dat we met de skis verstevigen. Ondertussen is het reeds half 12 en al snel dommel ik in slaap. Een kwartiertje later wordt ik terug wakker. Het is verdomd koud zonder slaapzak bij -15°c, constat veranderen we van positie maar in slaap geraak ik niet meer. Het lijkt erop dat we al bibberend moeten wachten tot het terug licht wordt, en dan nog, we zitten in een noordwand, zon zullen we niet zien. Als ik in een hopenlose poging terug op temperatuur probeer te geraken, al springend ditmaal, vind ik eindelijk een goede methode. 10 minuutjes springen en ik krijg het terug warmer, van de vermoeidheid val ik direct in slaap om dan 20 minuten later van de koude terug wakker te worden. Zo geraken we uiteindelijk best vlot de nacht door.
De volgende dag geraken we verbaasd snel in gang. Een snelle knabbel, voor vandaag heb ik maar ( 1 mars, 1 powergel en 500ml water) en we vertrekken terug. We klimmen op een mixte pijler grofweg tussen de 2 routes. Wat volgen zijn een 8 tal mooie lengtes, toch kan ik er niet echt van genieten, ik wacht op de moment dat de eerste zonnestralen in mijn gezicht zullen schijnen. Dit gebeurt pas in de laatste lengte, een 50 graden sneeuwveld. Op de topgraat leg ik me neer, lekker terug op temperatuur komen en jeroen nazekeren. Ondertussen is het al bijna 2 u ’s middags, de laatste beklimming van de verte in mijn achterhoofd ging het snel gaan het enige verschil, we hebben geen eten meer en zijn zo even 30uur langer onderweg.
De topgraat naar de Verte is lang en vermoeid maar tegen 3 uur staan we dan toch op top van de Verte, voor Jeroen de eerste keer. Voor mij de 2de maal deze maand. Ik heb nog maar weinig euforische topmomenten meegamaakt en ook nu kan ik enkel denken aan hoe lang de afdaling nog zal duren.
Snel haasten we ons richting het whympercouloir, door de zon is de sneeuw zacht maar toch zijn we relatief snel beneden. Dat kunnen we jammer genoeg niet zeggen over de Charpoua-gletsjer en Mer de Glace. De hoop om met onze skis vlot in Chamonix te geraken verdwijnt snel. Uiteindelijk stoppen we om 12 u snachts onze ploetertocht in het station van het Montenvers treintje, we houden het voor bekeken. Na 2 uur slapen worden we gewekt door een feestende meute. Er was een feestje in het Hotel en er rijd nog een treintje naar beneden. om 3 u snachts staan we terug in Chamonix. 49u na ons vertrek uit het Grands Montets Station.
Hoewel, een ongeloofelijke uitputtingstrip kom ik er enorm gemotiveerd uit. Ik heb enorm veel bijgeleerd en heb best het gevoel dat ik een meerdaagse klim als de Cassingraat aankan. Zolang die maar niet vol suikersneeuw en blank ijs ligt. Dan hebben we de volle maand zeker nodig.
Enkele bedenkingen:
- Misschien hadden we beter eerst een makkelijkere route geklommen. Dit om meer op elkaar afgestemd te geraken en sneller te handelen;
- Ik moet eens leren meer eten mee te zeulen, ik kan met heel weinig functioneren maar meer is toch altijd beter. Die 200gr extra zal het verschil ook niet maken;
- Als ik zie dat een cordée maar halverwege de wand geraakt moet ik er eens aan denken dat het niet perse trage klimmers zijn;
- We wisten het niet op voorhand maar die approcheskis zijn te veel gewicht om slechts 3 uur onder je voeten te hebben;
- We hadden toch beter naar boven geklommen in plaats van te traverseren, die droge cruxlengte desnoods artificieel. Met een beetje geluk hadden we die nacht dan al op de topgraat geraakt, de traverse heeft ons bijna 3 uur gekost en daarbij hebben we geen hoogte gewonnen;
- ach als je er nu over terugdenkt waren het best 48 goede uren en lijkt het allemaal weer mee te vallen
En een filmpje:
MC3 tourskistage Silvretta
april 30, 2010
Met temperaturen van 27° de afgelopen dagen en al enkele klimkilometers op de Belgische rotsen in de vingers, is het moeilijk om nog een verslagje te schrijven van de tourskistage van twee weken geleden. Een overvolle agenda weetjewel… Maar beter laat dan nooit.
Onder leiding van mezelf en Bart Overlaet, trokken we de tweede week van Pasen naar het skitour-eldorado Silvretta op de grens van Oostenrijk en Zwitserland. De groep bestond uit MC3 (Marijke, Bram, Tim, Maxime, Nelson en Jonas), Jasper en Erika De Coninck, Brenda De Fré, Gert en Dirk Houttequiet en Els Houttequiet (de ouders en zus van An Houttequiet). Ook Sam was een paar dagen van de partij, nadat hij met Jonas de Couturier op de Verte had beklommen.
Na mijn drie weken poederplezier in de Italiaanse alpen, was ik een beetje bang voor de condities in de Silvretta. Een lage lawinegraad 2, beloofde veilige omstandigheden, maar waarschijnlijk een kapotgeskied en verijsd gebied. Niks was minder waar. Op lagere hoogte konden we skiën op een firn alsof op een piste en hogerop lagen enkele noordhellingen er maagdelijk bij in goede diepsneeuw.
Zaterdag 10 april warmden we ons op in het skigebied van Ischgl, waarna we nog een instijg van anderhalf uur deden naar de Heidelberger Hütte, waar we de eerste vier dagen zouden verblijven. Dankzij deze infrastructuur kon ik ‘s avonds de lessen lawinekunde geven op powerpoint om alles overdag in de praktijk te brengen. De eerste tocht doen we in een grote groep, naar de Heidelberger Spitze 2965m. Een eerste maagdelijke afdaling is onze beloning.
De tweede dag wordt al onmiddelijk een stevige onderneming. Eerst langs een lange vallei naar Piz Tasna 3179m, die we langs een mooie graat met de ski’s op de rug beklimmen. Daarna de steile en maagdelijke noordwand af. Dat verloopt niet zonder een occasionele valpartij, maar wel een pracht van een run. Vervolgens terug noordwaarts naar de Piz Davo Lais 3018m voor de tweede top van de dag. Ook hier skiën we een steile en maagdelijke noordwand af. Na een tocht van 7 uur en 1500Hm, nog een stevige brok theorie over de faktorencheck en de bloktest. Dinsdag beginnen we rustig met een praktijkles bloktest, conversies in erg steil terrein en een klassieke lawinereddingsoefening. Maar in de namiddag doen we nog een skitocht naar Piz Mottana 2900m.
Woensdag verlaten we in slecht weer de Heidelberger Hütte. Het plan was ambitieus, maar na eerst gespoord te hebben tot aan het Lareinferner joch 2853m, maken we wegens nul zicht rechtsomkeert. Na een korte afdaling terug omhoog naar het Zahnjoch 2947m, waar we met iets beter zicht kunnen afdalen tot aan de Jamtal Hütte. Hier verblijven we maar een nacht, maar er wordt uitgebreid gebruik gemaakt van de ijswand om het klimmen op tourskischoenen in steil ijs eens uit te proberen. Ook de boulderwand binnen wordt druk gebruikt. Blijkbaar nog energie genoeg, die jong gasten. We gaan eens iets zwaarder moeten gaan touren…
Donderdag steken we over naar de laatste hut van onze trip, de Wiesbadener Hütte. Langs een mooie omweg over het Jamjoch 3078m, beklimmen we vervolgens de bekende Dreiländerspitze 3197m. Opnieuw wacht ons een mooie afdaling om in de namiddag aan te komen op het terras van de hut. Hier weten de gasten niet waar ze moeten kijken, het prachtige uitzicht op de Piz Buin, of de charmante bediening van Andrea?
Vrijdag wordt het klapstuk van een al meer dan geslaagde week. Het wordt tijd om eens tot het uiterste te gaan. Maxime leidt team MC3 in een stevig tempo van 15Hm/min naar de Buinlücke, waar we ons snel inbinden en de Piz Buin 3312m bestormen. Na een topfoto aan de bron van de gelijknamige zonnecrème, dalen we weer af naar onze ski’s. Ik besluit het extreem steile zuidcouloir van 55° steil af te skiën, tot ontzetting van sommigen. Maar ondanks de moeilijke zuidwandsneeuw, komt iedereen heelhuids beneden. Vervolgens terug omhoog door een bloedhete vallei, naar de Silvrettapas. We beklimmen de tweede top van de dag, de Silvretta Egghorn 3147m. Een prachtig uitzicht is onze beloning, maar nog beter, een fantastische afdaling langs de noordoostwand. Om nog meer skiplezier te halen, dalen we zelfs af tot een stuk onder de hut. De laatste loodjes, terug omhoog naar het terras van de Wiesbadener Hütte, waar Andrea klaarstaat met frisse pintjes. Een tochtje van 1800Hm met enkele extreme afdalingen als afsluiter, niet slecht.
De laatste dag steken we het Bieltaljoch over en dalen langs het prachtige Bieltal af in de richting van Galtur. Alleen de laatste kilometers zijn slopend, een hoop skating door het vlakke onderste deel van de vallei. Maar uiteindelijk komen we met de skibus terug in Ischgl, waar we na een stevig middagmaal weer naar huis rijden. Met 8000Hm en 11 toppen of cols, alle theoretische en praktische kennis om zelfstandig te gaan touren, fantastische hutten en sneeuwcondities, maar vooral een geweldige sfeer in deze grote en enigszins heterogene groep, was het een uitzonderlijk goede week. Al ging het niet altijd even goed:
Tot slot, bekijk HIER de foto’s.
Geniet van het komende klimseizoen,
Sanne
Aaah, zo snel, Alaska is nog 3 weken!
april 26, 2010
Enkele maanden geleden zag ik (Sam Van Brempt ) op de NKBV website dat Jeroen Vels en Wouter Van Dijck eveneens de Cassin ridge gaan beklimmen. Dankzij de CEAT dag waren de contacten snel gelegd en nu heb ik juist een verlengd weekendje Cham met Jeroen achter de rug.
Ons plan was de Engelse Route op de Noordwand van Verte/Aiguile Sans Nom (1000m V 5, ED1 ). Onze route liep uiteindelijk een beetje anders maar ik kan je al wel vertellen dat we boven zijn geraakt.
Een verhaal van 48u, slecht weer, zwart ijs, geen ijs, suikersneeuw, noodbivac, koud en vooral moe. Dat vertel ik wel tegen het einde van de week, want nu komt er nog niet veel uit.
In ieder geval, dit was de perfecte voorbereiding voor Alaska en dat is nu de volgende trip. Even warm en koud krijgen, nog 3 weken en Joris en ik zitten op de vlieger richting AK! Nu wordt het spannend.
Voor de geïnteresseerden:
De route ligt niet bepaald in conditie.
Himalayan rescue service
april 24, 2010

A Lama helicopter with a longline rescues a climber on the Mattertal in the Swiss Alps. @Menno Boermans
This spring season, Air Zermatt of Switzerland and Fishtail Air of Nepal will join forces to provide the first Himalayan standby helicopter rescue service inhistory. From April 24 until June 2, 2010, a Fishtail Air helicopter in the Khumbu area will be manned by a rescue pilot and mountain rescue specialist from Air Zermatt. A second helicopter, flying transport missions in the Dhaulagiri region, also will be on call if needed. In case of an emergency, the team will be able to initiate high-altitude rescue attempts up to 7000 meters within hours of receiving a call.
These professionals will be able to fly a so-called “human sling operation.” Upon arriving at a rescue scene, one specialist will hang from the helicopter on a longline, a rope that can be extended up to 200 meters. After building an anchor and unclipping from the longline, the specialist will examine the patient. The rescuer will maintain contact with the pilot by headset, directing the longline back to his position, then will clip himself and the patient onto the line. Then the helicopter, still dangling the longline, will fly to a level area where a paramedic or doctor is
Meer info op volgende alpinist pagina





























































